
Anita is zestien en ze bevindt zich in een moeilijke situatie: haar moeder is overleden aan leukemie en nu is ook haar vader Jacopo ziek. Hij heeft steeds dringender een beenmergtransplantatie nodig, maar de gemiddelde wachttijd voor een donor bedraagt vele maanden. Anita is geen geschikte donor, net zomin als Tonino, haar grootvader, een herder die in het nabijgelegen hoogland woont, vlakbij een militaire basis die de streek al sinds de jaren zestig beïnvloedt. Dan is er nog oom Gaetano: als Jacopo's broer is de kans groter dat hij wel geschikt is, maar Gaetano is een driftkop en hij en Jacopo hebben nooit een goede band gehad: een oude vete, die ze niet willen vergeten, houdt hen uit elkaar.