
De jeugd van drie vrienden, Ilja, Jakob en Paulus, brachten ze door in het huis van de herbergier. Hun lot was alle drie even ongelukkig. Jakob stierf aan tuberculose, Ilja pleegde zelfmoord na een koopman te hebben beroofd. En Paulus, die de vrouw van wie hij hield naar een bordeel stuurde, kan geen gelukkig leven meer vinden.